PUBLICATIES

NATUUR IN PASTELKRIJT
Zeeuwse Courant, Ernst Jan Rozendaal (juli 2004)


“VAN HEL NAAR PARADIJS IN 111 INGETOGEN DANTE-PASTELS”
Utrechts Dagblad (2002)

“Tentoonstelling: ‘’DANTE’S DIVINA COMMEDIA IN 111 PASTELS’
getekend door Juke Hudig, in de Grote Kerk te Monnickendam”
“Juke Hudig koos 111 momenten uit de Hel, de Louteringsberg en het Paradijs van Dante’s Divina Commedia, in de nog steeds schitterende vertaling van Christiaan Kops. Dante geeft niet alleen een duizelingwekkend beeld van Italië rond 1300, met zijn geschiedenis, zijn natuur, zijn taal, zijn vrienden en vijanden, maar hij neemt je ook mee naar de verre oudheid; hij voert je in de wetenschap, in geloofsvragen en antwoorden: hij laat je de hemel zien met zijn sterrenconstellaties en engelenhierarchieën. Dante is de dichter, maar ook de hoofdpersoon van zijn Divina Commedia.

Het verhaal speelt zich af in het Hiernamaals, waar Dante als enige levende ziel, zondaars in de Hel, boetelingen op de Louteringsberg, zaligen en heiligen in het Paradijs ontmoet. Dante maakt zijn reis niet alleen! Vergilius is zijn gids. Hij vertegenwoordigt het gezonde verstand, het denken en de aardse levenswijsheid: “de zee van alle kennis”.

Beatrice is Dante’s tweede gids. Zij is Dante’s inspiratiebron voor de dichtkunst en symbool van de aardse, maar bovenal van de Goddelijke liefde: “dat wat het verstand te boven gaat”. De mysticus Bernard van Clairvaux is Dante’s laatste gids. Hij brengt hem tot zijn Gods visioen. De Hel is het gebied van monsters en demonen; van de huiveringwekkende diepten van het kwaad in alle toonaarden.

De Louteringsberg is het leven op aarde. Het zet je met beide benen op de grond. Het onderbewustzijn van de Hel wordt bewust op de louteringsberg. De vrije wil is hier belangrijk. Het Paradijs is abstract en onmeetbaar. Hier vindt de inwijding plaats in de wonderen van de hemel, het licht van de eeuwigheid. Dante’s verhaal is een zoektocht, die duister begint, maar zoals de sterren verwijzen, eindigt in het licht. Dante vertelt het verhaal van de liefde van mens tot mens en van God tot de mens. Hij noemt het “de openbaring van het geestelijke”. Het is het mysterie, waarin de vergankelijkheid tot eeuwigheid wordt getranscendeerd.

Uit de inleiding van Dante’s Divina Commedia in 111 pastels”van Juke Hudig van Jacques Janssen: “Juke’s verstilde meditatieve interpretatie van Dante getuigt van een grote kennis van de tekst en een eigen stijl die aan vele van haar voorgangers doet denken, wier eeuwenoude traditie zij voortzet, maar die tot geen van hen te herleiden is. Eigenlijk gaat het om staties in de klassieke betekenis van het woord. Staties zijn van oudsher plaatsen waar een processie stilhoudt. Juke Hudig laat ons op de tocht door Dante’s “Komedie” stilstaan bij momenten die we al lezend te snel zouden passeren”.
Kunst- en Museumkrant (2002)

“VERTEDERING VOOR DANTE”
“la Divina Commedia”(1321) van Dante Alighieri is het summum van literatuur: Voor Hein Groen betekende het meesterwerk echter een loden teleurstelling. De alchemie van het lezen werkte wel met de pasteltekeningen die Juke Hudig maakte bij het verhaal. De lichtheid van haar ‘vertaling’ in beelden creëerde die zinnelijke staat waar iedere poëzielezer naar op zoek is”.
De Groene Amsterdammer, Hein Groen (2001)

“MET DANTE NAAR HET PARADIJS”
Nouveau(2001)

“Oase”(1999)

“Oase”, Tijdschrift voor vrienden van natuurlijke tuinen, parken en plantsoenen”. (1998)

“Palet En Tekenstift”(1997)

“REFLECTING THE MOOD” - Gardens Illustrated - by Marie-France Boyer (1997)


JUKE HUDIG “PASSIE VOOR PASTEL”-Kunstbeeld: Wim van der Beek(1997)
“sensitieve en poëtische bladen”.
“De pastels van Juke Hudig worden gekenmerkt door een imaginair en visionair karakter dat sterk overeenkomsten bezit met de gedroomde werkelijkheid van Odilon Redon. Het overzicht van het oeuvre dat Juke Hudig de afgelopen vijf en twintig jaar heeft opgebouwd, omvat zowel werk met een poëtisch-realistische inslag als pastels die neigen naar lyrisch-abstracte verbeelding. Naast uiteenlopende stijlvarianten is er een opvallende verscheidenheid in thematiek te ontdekken. Rode draad is de diepgevoelde bewondering voor de geheimzinnige kanten van de schepping”.

“SCHILDEREN MET KRIJT”
“Kom maar in de namiddag, dan is het licht mooi”, stelde Juke Hudig voor. “Het liefst ga ik midden tussen de planten zitten, op een laag stoeltje. Zo kun je met de planten meegroeien”. Sinds 1975 “schildert” ze met krijt. Ze maakt opdrachten en vrij werk: in de zomer tuincomposities, s’winters heel ander werk.”
Groei en Bloei (1995)

“HET BOEK JOB IS HET VERHAAL VAN DE OVERGAVE AAN HET MYSTERIE GODS”
Juke Hudig (1994)
“Ik begin aan het thema “Job” op uitnodiging van Galerie Panacea, Vught, en herinner mij Job van de zondagschool. Lezend in het Oude Testament in de vertaling van Prof. dr.H.Th.Obbink, gaat er een wereld voor mij open. Een verhaal uit een ver verleden, een legende bijna, waarbinnen dialogen van Job en zijn vrienden, Job en God. Ik wil allereerst de grootsheid van de schepping uitbeelden door de kosmos te tekenen in een donkere en een lichte versie. Tegen deze abstracte achtergrond kan ik Job plaatsen. Er ontstaan tekeningen die voor mij onverwachts in de oud-Joodse traditie thuishoren en tekeningen waarin Job te zien is als een herkenbaar mens van deze tijd.

Mijn eerste beeld van Job is jong, krachtig en heel stil: ronde schedel, lang op de hals, gesloten ogen. Niet verpletterd! Deze tekening zal tot het allerlaatst moeten wachten als de tragedie zich voltrokken heeft en Job door het proces eerst oud moet worden onder de zware last van zijn twijfels, zijn wanhopige woede, zijn verbitterde strijd om gerechtigheid. Hij doorleeft alle fasen, om uiteindelijk sterk en overtuigd te voorschijn te komen, vanuit rebellie in een stille, waakzame acceptatie. Het accepteren van dat einde waarin Job verstilt, vind ik aanvankelijk heel moeilijk te begrijpen. Door het lezen van o.a. Abel Herzberg’s “drie rode rozen”, Jung’s antwoord op Job”, en door gesprekken, kan ik er toch steeds dichterbij komen. Jung plaatst zich zelf achter Job en blijft God aanklagen. Hij verwijt God zijn absolute Almacht, die schept en vernietigt op beestachtige manier. Hij vertrapt Job in nietigheid.

God en Job trekken elkaar in bewustzijn omhoog: God, door af te dalen in een mens en Job door zijn wezen te transcenderen in Goddelijke bewustwording. De dubbelrol van God als helper en vervolger heeft mij enorm bezig gehouden.

God buiten de mens en God in de mens.
Het stuk over de wijsheid (Job 28 1-28) vind ik het mooist. Voor mij is dat het eigenlijke antwoord van God aan Job. Daarin wordt het mysterie beschreven: “Dring je niet in geheimen die je niet begrijpen kunt”. De overgave en het zoeken naar het waarom, leidt Job naar het bewustzijn van de Goddelijke bron. Het leed brengt hem dichter bij zijn hogere Ik, waardoor het oneindige mysterie nog onuitsprekelijker wordt. Telkens brengt Job mij naar de kern, telkens word ik er ook van af gedreven om opnieuw de grootsheid te ervaren. Onze vrije wil, die alleen dan vrij is, wanneer deze afgestemd is op Gods wil, kan kiezen voor de liefde die alle fragmenten aaneenrijgt tot Eenheid”.
Juke Hudig, Neerijnen (1994)

“DE TWEE KANTEN VAN JUKE HUDIG”
“s’Zomers tuinen, in de winter het vrije werk’. Juke Hudig werd bekend door haar prachtige ‘tuinpastels’. Kleurrijke, ondoordringbare bloemenzeeën.”
Atelier (1993)

“IN ZO’N EENDEKOOI GA JE ECHT TERUG IN DE TIJD”
Brabandts Dagblad (1992)

“VAN MYSTERIEUZE MENSEN TOT VROLIJKE TUINEN”
VT Wonen (1991)

“DE KLANK IS HET BEGIN VAN ALLES”
“Zingen is heel belangrijk voor Juke. Vaak zingt ze voordat ze aan het werk gaat. “Om mijn emoties en gedachten in een stroom te laten samenvloeien, alsof ik zelf een rivier word. Het is een toestand van bewustzijn waarbij je wel met beide benen op de grond staat, maar waarbij het lijkt of de twee ogen waaruit je kijkt, worden tot één oog, een soort derde oog. Als ik teken merk ik dat ik steeds met dat derde oog kijk. Je neemt afstand van de werkelijkheid en kijkt met een open, stille aandacht naar de dingen en in jezelf. De klank van de kleurstelling moet je kunnen horen”.
Brabandts Dagblad (1986).

“HERINNERINGEN AAN EEN TUIN”
“De tuin waarvan u enkele wonderschone hoekjes ziet, bestaat helaas niet meer. Maar wat er nog over is, is de herinnering – en de schitterende tekeningen die Juke Hudig van dit paradijsje maakte, vlak voor het verloren ging”.
Avenue (1977)

Copyright Juke Hudig
Webdesign Inmedia